Nou, daar gingen we dan weer hoor, met z’n vijven op pad — want als het op wandelen aankomt, laten we ons niet kennen. Op de agenda van de KWBN stond de 16e Kootwijker Veen en Zandtocht 2025, dus hup, auto in en richting de Veluwe. Gestart bij Landal Rabbit Hill, en dat klonk gezelliger dan het eruitzag: gewoon een keurige parkeerplaats, niet diep in het bos, maar wel lekker droog. Geen risico op vastzitten in de modder — we komen om te lopen, niet om te duwen.
Het begon allemaal met een typisch Hollands grapje van het weer: regen. Van dat soort dat precies lang genoeg duurt om iedereen in de stress te krijgen. Dus poncho’s aan, plastic om het hoofd — het leek wel een groep zingende vuilniszakken op avontuur. Gelukkig waren er weer die types die “voor de zekerheid” een extra poncho bij zich hadden. Heldhaftig, hoor.
Na een uurtje hield het op met druppen en brak de zon door alsof-ie zich wilde verontschuldigen. En wat een verschil: opeens rook het bos naar dennen, zand en herfst. De paden waren zacht, de lucht fris en de bomen stonden nog vol paddenstoelen die de kou dapper trotseerden.
De tocht was weer prachtig uitgezet — door de Apeldoornse vereniging De Cantharel, en die weten hoe je dat doet. Mooie afwisseling van zandpaden, bos, open stukken en hier en daar een vergezicht over het glooiende Veluwse land. En als je een beetje oplet, voel je de geschiedenis hier gewoon onder je voeten: eeuwenlang trokken hier boeren met hun karren over de oude Hessenwegen, handelaren van Deventer naar Amersfoort. En bij Uddel ligt nog altijd het Uddelermeer, een van de oudste natuurlijke meren van Nederland, waar volgens de legende een draak in zou wonen. Of nou ja, misschien was het gewoon een grote snoek — maar het verhaal klinkt leuker.
Onze rustplek was weer bij Rabbit Hill, waar de koffie lonkte. Maar ja, je weet het nooit hè, of ze daar ook wat lekkers hebben. Dus hadden wij het zekere voor het onzekere genomen en bij de shop ernaast een boterkoek gescoord. Makkelijk te delen — met een mes dat we uiteraard “toevallig” in de rugzak hadden. Een mens moet voorbereid zijn.
Vlak voor het einde nog even wat discussie over de routepijlen — dat hoort er ook bij. Iedereen weet het altijd beter, behalve degene die gelijk heeft. Maar verder geen moment verdwaald, en da’s op de Veluwe ook wel lekker, want daar kun je zomaar eindigen tussen de wilde zwijnen.
Bij terugkomst even afgemeld, en toen kwam Kees nog met een afscheidsrondje. Nou, dat lieten we ons geen twee keer zeggen. En zo zaten we daar, een beetje rozig van de zon, de frisse lucht en de gezelligheid.
Weer een dag met van alles wat: een spat regen, een stuk geschiedenis, een hoop gelach en een beetje boterkoek. Of, zoals een echte Amsterdammer zou zeggen: “Wat mot je nog meer, joh? Een dag met een randje goud.”























